KNVB Spelregels

 Op deze pagina vind je informatie met betrekking op KNVB spelregels en KNVB formulieren.
  • spelregels 2017-2018
  • KNVB formulieren
  • Buitenspel
  • Tijdstrafregeling (B cat)
  • 4 tegen 4
  • 7 tegen 7
  • Visuele speler controle
  • .
Digitaal wedstrijd formulier:
Uitgebreide handleiding digitaal wedstrijd formulier (06-2014)

Formulieren tuchtzaken:
www.knvb.nl/tuchtzaken

KNVB Assist
KNVB Assist is het kennis platvorm voor amateurclubs.
www.knvb.nl/assist

KNVB Regel 11 Buitenspel

De officiële tekst;

Buitenspelpositie

Buitenspel zijn als zodanig is geen overtreding.
Een speler bevindt zich in buitenspelpositie indien:

  • hij dichter bij de doellijn van de tegenpartij is dan de bal en de voorlaatste tegenstander.

Een speler bevindt zich niet in buitenspelpositie indien:

  • hij zich op zijn eigen speelhelft bevindt
  • hij gelijk staat met de voorlaatste tegenstander
  • hij gelijk staat met de laatste twee tegenstanders.

Strafbaar

Een speler wordt alleen voor zijn buitenspelpositie bestraft indien hij, op het moment dat de bal wordt geraakt of
gespeeld door een medespeler, naar het oordeel van de scheidsrechter, actief bij het spel is betrokken door:

  • in te grijpen in het spel
  • een tegenstander in diens spel te beïnvloeden
  • voordeel te trekken uit zijn buitenspelpositie

Niet strafbaar
Een speler wordt niet voor zijn buitenspelpositie bestraft indien hij de bal rechtstreeks ontvangt uit:

  • een doelschop
  • een inworp
  • een hoekschop

Overtredingen en straffen
In het geval van een strafbare buitenspelpositie kent de scheidsrechter een indirecte vrije schop toe aan de
tegenpartij, te nemen vanaf de plaats waar de “overtreding” plaatsvond. (zie Regel 13 – Plaats van de Vrije
Schop)
Onderstaand de meest eenvoudige / klassieke buitenspelsituatie’s.

Screen Shot 2016-06-10 at 13.32.16
Screen Shot 2016-06-10 at 13.32.29

Screen Shot 2016-06-10 at 13.32.39

TIJDSTRAFREGELING- NIEUWE ‘GELE KAART REGEL’ (B- CATEGORIE)

In de categorie B wordt gewerkt met een tijdstrafregeling zoals hieronder aangegeven.
De scheidsrechter is verplicht deze tijdstrafregeling toe te passen.

  1. Tijdstraf kan niet worden opgelegd aan elftallen die uitkomen in de categorie A van het
    veldvoetbal. Tot de categorie A behoren:
  • mannen veldvoetbal standaard topklasse t/m de 6e klasse
  • mannen veldvoetbal reserve hoofdklasse t/m de reserve 3e klasse (voor district Zuid II ligt de grens
    bij de reserve 4e klasse)
  • vrouwen veldvoetbal Women’s BeNe League t/m 3e klasse
  • A-, B-, C-junioren eredivisie t/m de 1e klasse
  • D-pupillen 1e divisie t/m hoofdklasse
  • Een tijdstraf duurt 10 minuten.
    Voor alle pupillen, met uitzondering van de D-pupillen categorie A (geen tijdstrafregeling), geldt een
    tijdstraf van 5 minuten.
  • Het opleggen van een tijdstraf heeft geen verdere gevolgen voor de betrokken speler, dat wil
    zeggen dat er later geen andere straf uitgesproken kan worden.
  • Het toezicht op de speler aan wie tijdstraf is opgelegd, is in handen van de scheidsrechter. Hij houdt
    ook de tijd bij en noteert de naam van de speler aan wie tijdstraf is opgelegd. Als de tijdstraf om is,
    mag na een teken van de scheidsrechter de speler het speelveld weer betreden.
  • Een speler moet zich op het moment dat hij een tijdstraf ontvangt ophouden buiten het speelveld,
    doch binnen de omrastering van het speelveld, in een door de scheidsrechter aan te geven gebied.
  • De tijdstraf gaat in bij het hervatten van het spel. Als de scheidsrechter de tijd stil zet, staat ook de
    tijdstraf stil.
  • De tijdstraf kan slechts eenmaal per speler per wedstrijd worden opgelegd bij een waarschuwing.
    Hierbij moet de scheidsrechter wel de gele kaart tonen. Krijgt een speler een tweede waarschuwing
    dan volgt de rode kaart. De speler aan wie tijdstraf is opgelegd, blijft onder de rechtsbevoegdheid van
    de scheidsrechter.
  • Een speler, aan wie tijdstraf is opgelegd, kan gedurende zijn tijdstraf niet worden vervangen.
  • Indien aan de aanvoerder van een elftal tijdstraf is opgelegd, moet zijn taak gedurende de tijdstraf
    aan een andere speler worden overgedragen. Hij mag ook geen toelichting aan de scheidsrechter
    vragen op de genomen beslissingen.
  • Indien een wisselspeler of de trainer/coach een waarschuwing krijgt, toont de scheidsrechter direct
    de rode kaart.
  • Als een doelverdediger tijdstraf krijgt opgelegd, dan moet een andere speler zijn plaats als
    doelverdediger innemen. De als doelverdediger optredende veldspeler zal door het aantrekken van
    afwijkende kleding als doelman herkenbaar moeten zijn.
  • Als een speler zijn tijdstraf van 10 minuten niet kan volmaken, omdat de rust aanbreekt, dan zal hij
    het resterende gedeelte van de tijdstraf in de tweede helft dienen te ondergaan. Is de tijdstraf van een
    speler nog niet om bij het einde van de wedstrijd, wordt hem de rest kwijtgescholden.
  • Indien een speler zijn tijdstraf van 10 minuten niet kan volmaken omdat de wedstrijd wordt
    gestaakt, dient hij het restant te ondergaan vanaf de spelhervatting. Dit betekent dat, indien de
    wedstrijd alsnog uitgespeeld dient te worden op een later tijdstip, de desbetreffende speler aan
    wie een tijdstraf was opgelegd niet aan het restant van de wedstrijd mag deelnemen totdat de
    volledige tijdstraf is uitgezeten. Mocht deze speler niet meer aan de wedstrijd meedoen, dient een
    andere speler zijn tijdstraf uit te zitten.
  • Als het aantal spelers vanwege het aantal tijdstraffen onder de 7 daalt, moet de wedstrijd worden
    gestaakt. Het betreffende team is dan schuldig aan het staken van de wedstrijd.

1.28 Richtlijnen 4 tegen 4 voor mini-pupillen

Afmetingen
Het speelveld heeft een minimale lengte van 30 meter en een maximale lengte van 40 meter.
De breedte is minimaal 20 meter en maximaal 30 meter.
Toelichting
Geadviseerd wordt om op een half normaal voetbalveld twee veldjes uit te zetten in de hoeken
(zie tekening).
Tekening 1: 4 tegen 4-veld op een bestaand voetbalveld.

Screen Shot 2016-06-10 at 15.03.49

Doel
Het doel heeft een breedte van 3 meter en een hoogte van 1 meter. De breedte (dikte) van doelpalen en doellat mag niet meer dan 8 cm en niet minder dan 6 cm bedragen. De doelpalen en doellat moeten dezelfde breedte hebben.
Doelpaal en doellat mogen vierkant, rechthoekig, rond of ovaal van vorm zijn. De hoeken moeten afgerond zijn. Aan doelpalen en doellat moeten netten kunnen worden aangebracht. Het doel mag geen scherpe of uitstekende delen hebben.

Belijning

Het speelveldje moet in overeenstemming met de plattegrond zijn afgebakend door duidelijke lijnen of markeringshoedjes / pilonnen die maximaal 10 meter uit elkaar staan. De breedte van de lijnen bedraagt 10-12 centimeter (zie tekening).

Bal

Bij mini-pupillen wordt met balmaat nummer 5 gespeeld, met een maximaal gewicht van 320 gram, minimaal 290 gram.
Het aantal spelers en wissels
Een complete ploeg in het veld bestaat uit 4 spelers. Gespeeld wordt zonder doelman. Wissels zijn onbeperkt toegestaan.

Opmerking

Tijdens de gekozen organisatievorm bedraagt de speeltijd per speelronde 12 minuten. Er worden drie
speelronden per speeldag gespeeld.

Bijzondere spelregels

Spelbegin

Het spel begint of wordt hervat, na een doelpunt, in het midden van het veld. De tegenpartij moet hierbij een afstand van 5 meter in acht nemen.

Buitenspel

De buitenspelregel is niet van toepassing.

Strafschop

Een strafschop wordt slechts bij hoge uitzondering gegeven: de afstand doellijn – penaltystip is 8 meter (bij het nemen van een strafschop wordt het doel niet door een speler verdedigd).

Keeper

4 tegen 4 voor mini-pupillen wordt gespeeld zonder keeper.

Achterballen en hoekschoppen

Achterballen mogen door een speler in het veld worden gebracht door middel van een pass of door middel van een dribbel.
Hoekschoppen worden normaal genomen.

Uitbal

Wanneer de bal over de zijlijn gaat, dient hij in het spel te worden gebracht door middel van een intrap vanaf de zijlijn.

Vrije schop

Bij mini-F pupillen worden alle overtredingen bestraft met een directe vrije schop, waarbij de tegenstander op een minimale afstand van 5 meter staat.

Intrap

Het is niet toegestaan om direct te scoren vanuit een intrap vanaf de zijlijn of door middel van een intrap vanaf de achterlijn.

Penalty’s na afloop toernooitje

Na afloop van het toernooitje neemt elke speler een penalty op een 5×2 doeltje dat staat opgesteld op de rand van het strafschopgebied (zie tekening). Bij het nemen van de penalty’s staat er wel een keeper in het doel.

1.29 Richtlijnen 7 tegen 7

1.29.1 Pupillen

Afmetingen

Het speelveld moet rechthoekig zijn. De lengte mag variëren tussen 60 en 70 meter. De breedte tussen 42,5 en 55 meter. Aanbevolen wordt een lengte-/breedtefactor van ± 1.3 aan te houden.

Toelichting

7 tegen 7-velden (pupillenvelden) worden bij voorkeur uitgezet in de breedte van een normaal speelveld, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande belijning. Op een normaal speelveld kunnen maximaal twee 7 tegen 7-velden (pupillenvelden) worden uitgezet. Het is niet noodzakelijk en niet gewenst aanvullende belijning aan te brengen (zie verder Belijning).

Bij zelfstandige 7 tegen 7-velden (pupillenvelden) gelden de volgende netto speelveldafmetingen:

  • minimaal 60 x 42,5 meter
  • maximaal 70 x 55 meter

Tussenliggende maten worden in verhouding aangepast. Buiten de grenslijnen dient rondom een uitloopstrook van tenminste 2 meter te worden aangehouden. Eventuele dug-outs en andere obstakels worden buiten deze zone geplaatst.

Doel

Het doel moet een breedte hebben van 5 meter en een hoogte van 2 meter (binnenwerkse maten). De breedte (dikte) van doelpalen en doellat mag niet meer dan 8 cm en niet minder dan 6 cm bedragen.
De doelpalen en doellat moeten dezelfde breedte hebben.

Doelpaal en doellat mogen vierkant, rechthoekig, rond of ovaal van vorm zijn. De hoeken moeten afgerond zijn.

Achter de doelpalen moeten aan doelpalen en doellat netten kunnen worden aangebracht. Het doel mag geen scherpe of uitstekende delen hebben.

Toelichting

  • Uit veiligheidsoverwegingen verdienen doelen die in kokers in de grond op een vaste plaats worden
    geplaatst de nadrukkelijke voorkeur. Na gebruik kunnen deze doelen in zijn geheel worden verwijderd
    of in delen worden gedemonteerd en afgevoerd. De kokers moeten daarna worden afgesloten.
  • Verplaatsbare doelen mogen worden toegepast mits deze op doelmatige wijze aan de grond
    worden verankerd. Uit oogpunt van stabiliteit dienen verplaatsbare doelen voldoende draagvlak te
    hebben (liefst 1,50 tot 2 meter). Doelen kunnen worden verankerd
    met speciale wartels of doelankers.
  • De doelnetten moeten zodanig worden aangebracht dat zij de doelverdediger behoorlijke ruimte
    laten. Voorkeur hebben doelen
    waarbij het doelnet door middel van stangen wordt ondersteund.
  • Hockey- of handbaldoelen zijn NIET toegestaan.

Belijning

Het speelveld wordt uitsluitend afgebakend door grenslijnen. Vanuit de spelregels is geen andere belijning noodzakelijk en ook niet gewenst. De grenslijnen behoren tot het speelveld.
De breedte van de lijnen bedraagt op grasvelden 10 tot 12 cm. Bij specifieke 7 tegen 7-velden (pupillenvelden), en in het bijzonder bij kunstgras, kan 6 – 12 cm worden aangehouden.

Toelichting

  • Het is toegestaan op 8 meter uit de doellijn een strafschoppunt aan te brengen, waardoor het
    mogelijk wordt na de officiële wedstrijd een serie strafschoppen te nemen. Er mag tevens een eigen
    middenstip, maar geen aparte middenlijn worden aangebracht.
  • Het is bij 7 tegen 7-velden (pupillenvelden) op grote velden toegestaan op 2 meter afstand van de
    middenlijn en aansluitend op de 5,5- meterlijn een doorgetrokken streep aan te brengen dusdanig dat
    zelfstandige pupillenvelden ontstaan (afmeting 42,5 x 64 meter).

Voorwaarden die hierbij gelden zijn:

  • de belijning op het standaardveld mag niet onderbroken worden; de belijning moet een afwijkende
    kleur hebben en mag niet wit zijn; het betreft een bijveld (dus niet op het hoofdveld);  de breedte van
    de belijning is 6 tot 12 cm.
  • bij aanwezigheid van een dergelijke belijning mag alleen de B-categorie gebruik maken van het
    betreffende veld. Alleen bij tijdelijke uitwijksituaties of wanneer dit verplicht wordt aangegeven door de
    KNVB mag de categorie A gebruik maken van velden voorzien van een dergelijke belijning.
  • Bij pupillenvelden op grote velden is het niet toegestaan, evenwijdig aan de middenlijn, extra lijnen
    aan te brengen ten behoeve van toeschouwers. Het op deze wijze toelaten van toeschouwers levert
    onnodig gevaar voor de spelers op. Toeschouwers kunnen aan de andere drie zijden van het
    speelveld plaatsnemen. Het is derhalve personen die niet actief deelnemen aan de wedstrijd verboden
    zich in het speelveld (inclusief middenlijn) te begeven.
  • Op zelfstandige pupillenvelden is het “ter aankleding” toegestaan aanvullende belijning aan te
    brengen conform tekening 2. Het gaat echter om niet-verplichte en spelregeltechnisch niet-functionele
    belijning die niet op de normale speelvelden moet worden aangebracht.

Bal

Bij F- en E-pupillen wordt gespeeld met een bal maat nummer 5, met een maximaal gewicht van 320 gram, minimaal 290 gram. Bij D pupillen met een bal nummer 5 met een maximaal gewicht van 370 gram, minimaal 320 gram.
Tekening 2: plattegrond van zelfstandig pupillenveld 7 tegen 7
Screen Shot 2016-06-10 at 15.18.34

Aantal spelers en wissels

Een complete ploeg in het veld bestaat uit een doelman en zes veldspelers. Het minimum aantal spelers inclusief doelman is vijf. Het doorlopend wisselen met een maximum van vijf spelers is toegestaan. Dit betekent dat het aantal door te wisselen spelers en het aantal malen dat men doorwisselt onbeperkt is.

Opmerking

Aanbevolen wordt om maximaal 7 tegen 7 te spelen en slechts bij extreme weersomstandigheden dit
aantal uit te breiden tot 8 tegen 8 of maximaal 9 tegen 9. De praktijk heeft geleerd dat het spelen van
7 tegen 7 door spelers en coaches het meest waardevol wordt geacht. Bij 8 tegen 8, 9 tegen 9 of
meer worden voetbalweerstanden (ruimten, tegenstanders etc.) voor spelers groter en dit komt het
jeugdvoetballeerproces niet ten goede.

Speeltijd

F-pupillen 2 x 20 minuten (rusttijd 7,5 minuten op het veld)
E-pupillen 2 x 25 minuten (rusttijd 7,5 minuten op het veld)
D-pupillen 2 x 30 minuten (rusttijd 7,5 minuten op het veld)
Bij D-pupillen 11 tegen 11 bedraagt de rusttijd maximaal 15 minuten in de kleedkamer.

Bijzondere spelregels

Spelbegin Het spel begint of wordt hervat in het midden van het veld. De tegenpartij moet een afstand
van 5 meter in acht nemen.

Buitenspel

De buitenspelregel is niet van toepassing.

Strafschop

Slechts bij hoge uitzondering: de afstand is acht meter. (F-pupillen gebruiken hun handen ter bescherming: niet bestraffen).

Indien een werkelijke doelkans door overtreding (opzet) wordt ontnomen, dan kan een strafschop worden gegeven.

Terugspeelbal

In het pupillenvoetbal is het voor 7-tallen toegestaan dat de keeper een terugspeelbal in zijn/haar handen mag nemen.

Achterballen en hoekschoppen

Achterballen mogen door de doelman in het spel worden gebracht door middel van werpen of uit de handen schieten.
Het hinderen van de doelman is niet toegestaan.
Hoekschoppen worden als „halve corners‟ genomen.
Dat wil zeggen: vanaf een door de scheidsrechter te bepalen punt halverwege de hoekvlag en de dichtstbijzijnde doelpaal.

Vrije schop

Bij F- en E-pupillen worden alle overtredingen bestraft met een directe vrije schop, waarbij de tegenstanders op een minimale afstand van vijf meter staan. Bij de D-pupillen gelden de normale spelregels voor vrije schoppen.

Inworp

Deze wordt op normale wijze genomen. Foutief genomen inworpen moeten worden overgenomen.

Ten slotte

Het toepassen van de spelregels ligt in de hand van de spelleider c.q. scheidsrechter. Hij of zij kan maar één bedoeling hebben en dat is de jongens of meisjes zoveel mogelijk laten voetballen. Op het speelveld mogen zich alleen bevinden de spelers en de scheidsrechter. Coaches, begeleiders en anderen mogen zich dus niet tijdens de wedstrijd tussen de spelers begeven.

1.29.2 Junioren en senioren (inclusief 7 x 7 35/45+ voetbal en veteranenvoetbal)

Afmetingen
Het speelveld moet rechthoekig zijn. De lengte mag variëren tussen 60 en 70 meter. De breedte tussen 45 en 55 meter. Aanbevolen wordt een lengte-/breedtefactor van ± 1.3 aan te houden.

Toelichting

7 tegen 7-velden worden bij voorkeur uitgezet in de breedte van een normaal speelveld, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande belijning. Op een normaal speelveld kunnen maximaal twee 7 tegen 7-velden worden uitgezet. Het is niet noodzakelijk en niet gewenst aanvullende belijning aan te brengen (zie verder Belijning).

Bij zelfstandige 7 tegen 7-velden gelden de volgende netto speelveldafmetingen:

  • minimaal 60 x 45 meter
  • maximaal 70 x 55 meter

Tussenliggende maten worden in verhouding aangepast. Buiten de grenslijnen dient rondom een uitloopstrook van tenminste 2 meter te worden aangehouden. Eventuele dug-outs en andere obstakels worden buiten deze zone geplaatst.
Op tekening 2 (zie 1.29.1) is een plattegrond van een zelfstandig 7 tegen 7-veld weergegeven.

Screen Shot 2016-06-11 at 11.47.49

Doel

Het doel moet een breedte hebben van 5 meter en een hoogte van 2 meter (binnenwerkse maten). De breedte (dikte) van doelpalen en doellat mag niet meer dan 8 cm en niet minder dan 6 cm bedragen.
De doelpalen en doellat moeten dezelfde breedte hebben.
Doelpaal en doellat mogen vierkant, rechthoekig, rond of ovaal van vorm zijn. De hoeken moeten afgerond zijn.
Achter de doelpalen moeten aan doelpalen en doellat netten kunnen worden aangebracht. Het doel mag geen scherpe of uitstekende delen hebben.

Toelichting

  • Uit veiligheidsoverwegingen verdienen doelen welke in kokers in de grond op een vaste plaats
    worden geplaatst de nadrukkelijke voorkeur. Na gebruik kunnen deze doelen in zijn geheel worden
    verwijderd of in delen worden gedemonteerd en afgevoerd. De kokers moeten daarna worden
    afgesloten.
  • Verplaatsbare doelen mogen worden toegepast mits deze op doelmatige wijze aan de grond
    worden verankerd. Uit oogpunt van
    stabiliteit dienen verplaatsbare doelen voldoende draagvlak te hebben (liefst 1,50 tot 2 meter). Doelen
    kunnen worden verankerd met speciale wartels of doelankers.
  • De doelnetten moeten zodanig worden aangebracht dat zij de doelverdediger behoorlijke ruimte
    laten. Voorkeur hebben doelen waarbij het doelnet door middel van stangen wordt ondersteund.
    Hockey- of handbaldoelen zijn niet toegestaan.

Belijning

Het speelveld wordt uitsluitend afgebakend door grenslijnen. Vanuit de spelregels is geen andere belijning noodzakelijk en ook niet gewenst. De grenslijnen behoren tot het speelveld. De breedte van de lijnen bedraagt op grasvelden 10 tot 12 cm. Bij specifieke 7 tegen 7-velden, en in het bijzonder bij kunstgras, kan 6 – 8 cm worden aangehouden.

Toelichting

  • Het is toegestaan op 8 meter uit de doellijn een strafschoppunt aan te brengen, waardoor het
    mogelijk wordt na de officiële wedstrijd een serie strafschoppen te nemen. Er mag tevens een eigen
    middenstip, maar geen aparte middenlijn worden aangebracht.
  • Het is bij 7 tegen 7-velden (pupillenvelden) op grote velden toegestaan op 2 meter afstand van de
    middenlijn en aansluitend op de 5,5- meterlijn een doorgetrokken streep aan te brengen dusdanig dat
    zelfstandige pupillenvelden ontstaan (afmeting 42,5 x 64 meter).

Voorwaarden die hierbij gelden zijn:

  • de belijning op het standaardveld mag niet onderbroken worden; de belijning moet een afwijkende
    kleur hebben en mag niet wit zijn; het betreft een bijveld (dus niet op het hoofdveld);  de breedte van
    de belijning is 6 tot 12 cm.
  • bij aanwezigheid van een dergelijke belijning mag alleen de B-categorie gebruik maken van het
    betreffende veld. Alleen bij tijdelijke uitwijksituaties of wanneer dit verplicht wordt aangegeven door de
    KNVB mag de categorie A gebruik maken van velden voorzien van een dergelijke belijning.
  • Bij 7 tegen 7-velden op grote velden is het niet toegestaan, evenwijdig aan de middenlijn, extra lijnen
    aan te brengen ten behoeve van toeschouwers. Het op deze wijze toelaten van toeschouwers levert
    onnodig gevaar voor de spelers op. Toeschouwers kunnen aan de andere drie zijden van het
    speelveld plaatsnemen. Het is derhalve personen die niet actief deelnemen aan de wedstrijd verboden
    zich in het speelveld (inclusief middenlijn) te begeven.
  • Op zelfstandige 7 tegen 7-velden is het “ter aankleding” toegestaan aanvullende belijning aan te
    brengen conform tekening 2 (1.29.1). Het gaat echter om niet-verplichte en spelregeltechnisch nietfunctionele
    belijning die niet op de normale speelvelden moet worden aangebracht.
  • Hieronder valt ook het strafschopgebied waarvan de afmetingen vermeld staan in de tekening.

Bal

Bij C-junioren wordt gespeeld met een bal, maat nummer 5, met een maximaal gewicht van 370 gram, minimaal 320 gram. Bij B-, Ajunioren en senioren wordt gespeeld met een bal, maat nummer 5, met een maximaal gewicht van 450 gram, minimaal 370 gram.

Aantal spelers en wissels

Een complete ploeg in het veld bestaat uit een doelman en zes veldspelers. Het minimum aantal spelers is vijf inclusief doelman. Het doorlopend wisselen met een maximum van vijf spelers is toegestaan, hetgeen betekent dat het aantal malen dat men doorwisselt onbeperkt is.

Speeltijd

C-junioren 2 x 35 minuten
C-junioren meisjes (7:7) 2 x 35 minuten
B-junioren 2 x 40 minuten
A-junioren 2 x 45 minuten
G-voetbal 2 x 20/30 minuten*
Senioren 35/45+ en veteranen (reguliere competitie) 2 x 30 minuten
Senioren 35/45+ en veteranen (toernooi / -reeks) 1 x 20 minuten**

* conform regels “Handleiding G-voetbal”

** bij een 7 tegen 7 35+ of 45+-toernooi of tijdens de na- en voorjaarsreeks speelt elk team, op een avond/dag, minimaal vier wedstrijden van 20 minuten

De rusttijd bij bovengenoemde wedstrijden bedraagt maximaal 15 minuten.

Spelregels

In principe worden de normale spelregels veldvoetbal gehanteerd, met daarop de volgende uitzonderingen.

Spelbegin

Het spel begint of wordt na een doelpunt hervat in het midden van het veld. De tegenpartij moet een afstand van minimaal vijf meter in acht nemen.

Buitenspel

De buitenspelregel is niet van toepassing.

Strafschop

De afstand doellijn – penaltystip bedraagt acht meter.

Sliding

Het maken van een sliding is bij het 7 x 7 35/45+ voetbal verboden.

Ten slotte

Het toepassen van de spelregels ligt in de hand van de spelleider. Hij of zij kan maar één bedoeling hebben en dat is spelers/speelsters zoveel mogelijk te laten voetballen.

Regels visuele controle stapsgewijs in te voeren vanaf seizoen 2013 – 2014

Verplichte visuele controle veld- en zaalvoetbal

Naast de controle van de gegevens op de spelerspas met die op het wedstrijdformulier vindt er vanaf
het seizoen 2013/‟14 ook een verplichte visuele controle plaats aan de hand van de spelerspas.
Deze visuele controle wordt fasegewijs ingevoerd:

Vanaf 1 september 2013:
Verplichte visuele controle voor senioren mannen en vrouwen categorie A;

Vanaf 1 november 2013:
Verplichte visuele controle voor jeugdvoetbal jongens en meisjes categorie A;

Vanaf 1 januari 2014:
Verplichte visuele controle voor senioren mannen en vrouwen categorie B;

Vanaf 1 maart 2014:
Verplichte visuele controle voor jeugdvoetbal jongens en meisjes categorie B.

De betrokken clubs, spelers en officials ontvangen hierover nadere informatie.

(Visuele) controle van de spelerspas voorafgaand en tijdens de wedstrijd

  1. De aanvoerder / leider* zorgt dat hij in het bezit is/komt van de spelerspassen van het betreffende
    elftal/team.
  2. Op een door de scheidsrechter, in overleg met beide aanvoerders, te bepalen tijdstip voor de
    wedstrijd melden de aanvoerders zich met de passen bij de scheidsrechter. Bij standaardwedstrijden
    het verzoek de controle vroegtijdig te laten plaatsvinden. Dit in verband met de voorbereiding
    (warming-up) van de scheidsrechter.
  3. De leider / aanvoerder van het elftal/team overhandigt de spelerspassen van zijn elftal/team aan de
    scheidsrechter.
  4. De scheidsrechter controleert in het bijzijn van de aanvoerders, spelers en leiders van beide
    elftallen/teams de gegevens op het (digitale) wedstrijdformulier aan de hand van de spelerspassen.
  5. De aanvoerders/leiders tekenen vooraf het (digitale)wedstrijdformulier waarmee zij verklaren dat de
    spelers in het bezit zijn van een geldige spelerspas, gerechtigd zijn deel te nemen aan de wedstrijd en
    er een visuele controle heeft plaatsgevonden. Deze visuele controle wordt uitgevoerd op het veld,
    direct voorafgaand aan de wedstrijd. De aanvoerder / leider is verantwoordelijk voor een goed verloop
    van de controle en assisteert de scheidsrechter. De reeds aanwezige wisselspelers worden in de
    visuele controle meegenomen.
  6. De thuisspelende vereniging biedt de scheidsrechter, door tussenkomst van de aanvoerders,
    gelegenheid de spelerspassen tijdens de wedstrijd in een afgesloten plaats te kunnen opbergen.
    Bijvoorbeeld in de bestuurskamer of als waardevolle zaken in
    bewaring te geven. De aanvoerders regelen dit zodra de visuele controle heeft plaatsgevonden.
    Bevindt het speelveld zich op grotere afstand van de bestuurskamer, dan wordt ter plaatse voor een
    praktische oplossing gekozen door bijvoorbeeld de passen bij de leiders in bewaring te geven.
  7. Als een speler geen geldige spelerspas kan tonen, mag hij niet deelnemen aan de wedstrijd.

(Visuele) controle van de spelerspas na de wedstrijd

  1. De aanvoerders halen de passen na de wedstrijd weer op en overhandigen deze aan de
    scheidsrechter. De (visuele) controle na afloop van de wedstrijd vindt plaats in de kleedkamer van de
    scheidsrechter.
  2. De scheidsrechter controleert aan de hand van de spelerspassen de persoonsgegevens van de
    wisselspelers in het bijzijn van de aanvoerders / leiders en voert direct een verplichte visuele controle
    uit in aanwezigheid van de desbetreffende spelers.
  3. Ook controleert de scheidsrechter in bijzijn van aanvoerders / leiders aan de hand van de passen
    de persoonsgegevens en de relatiecodes die aan het wedstrijdformulier zijn toegevoegd naar
    aanleiding van voorvallen en gebeurtenissen die voor, tijdens en vlak na de wedstrijd hebben
    plaatsgevonden.
  4. Leiders / aanvoerders paraferen vervolgens het (digitale)wedstrijdformulier, waarmee zij verklaren
    aanwezig te zijn geweest bij de (visuele) controle van de spelerspassen en geen bezwaar maken
    tegen de aantekeningen op het formulier. Als zij het niet eens zijn met de gang van zaken, kunnen zij
    dit melden bij de KNVB.
  5. Door ondertekening van het (digitale)wedstrijdformulier, verklaart de scheidsrechter alle gegevens
    te hebben gecontroleerd aan de hand van de passen en de visuele controle te hebben uitgevoerd.
  6. Vervolgens geeft de scheidsrechter de passen terug aan aanvoerders / leiders.

* Daar waar gesproken wordt van aanvoerders / leiders geldt dat in het seniorenvoetbal de
aanvoerder en in het jeugdvoetbal de leider verantwoordelijk is.

Sponsoren